De geschiedenis van Tholense Boys in vogelvlucht

Hieronder in het kort de geschiedenis van de Tholense Boys. Wil je het rustig nalezen op je PC, tablet, mobiel of e-reader, dan is het in uitgebreidere vorm ook hier te downloaden. (6,1Mb, zip) Hierin meer foto's en stukjes, mocht je nog tips of andere interessante dingen hebben voor de historie stuur dit dan via mail naar de website beheeder.

Het begin

We gaan terug tot in de wintermaanden van 1921 om het begin van het voetbal op Tholen te situeren. Er moeten toen een aantal jongens aan het voetballen zijn geslagen. Veel stelde het echter niet voor, terwijl men vond dat voetballen maar een merkwaardige, nauwelijks geaccepteerde vorm van vrijetijdsbesteding was. Men speelde op een plein in het dorp of op de buitendijkse schorren. Pas in 1929 legde de gemeente een heus grasveld aan waarop de eerste voorlopers van Tholense Boys "de Stormvogels" hun thuisbasis hadden. De ene vereniging ontstond terwijl de andere weer ter ziele ging. DEVO, Sparta en TVV om er maar enkele te noemen. De verenigingen hadden het toentertijd niet gemakkelijk, slechte velden en haast geen financiën.

Lid van de KVB

Het jaar 1932 is voor TVV en voor het eilandelijke voetbal in het algemeen een historisch jaar. Niet alleen omdat de club een eigen veld kreeg, maar er werd voor het eerst onder de vlag van de KVB, de Brabantse Voetbal Bond, georganiseerd gespeeld. Diezelfde KVB drong in 1934 er op aan om van naam te veranderen daar er meerdere verenigingen onder de naam T.V.V. ingescheven waren. Besloten werd per 1 april 1935 onder de naam Tholensche Boys verder te gaan. De crisisjaren waren ook voor de Boys zwaar en mede doordat veel spelers in de mosselbranche werkten en daardoor in de wintermaanden verstek moesten laten gaan, stond de financiele nood tot aan de lippen. Van promotie of degradatie was in die tijd geen sprake, men voetbalde alleen in competitieverband op het eiland. In de oorlogsjaren was het voetbal van een niet al te hoog sportief niveau. In '40 en '41 werd er niet gespeeld. In '42, om de vereniging wat meer armslag te geven, ging de "Voetbal" samen met de "Korfbal" onder de naam De Eendracht. Een naam die de KVB echter niet accepteerde zodat men onder de naam Tholensche Boys bleef spelen. In deze donkere periode hield men vooral het hoofd boven water door het opvoeren van toneelstukken en het verzorgen van filmavonden, deze brachten de nodige centen in het laadje.

Voorzitter Meerman

Toneeluitvoeringen en optredens van muziekvereniging Concordia zijn een rode draad door de geschiedenis van Tholense Boys. In '46 bloeit de vereniging onder impuls van onze legendarische voorzitter Meerman weer op en wordt de eilandelijke competitie hervat. De bekendste spelers uit die tijd waren Bram en Rien van Vossen, Kees Haverhoek en Piet Engelvaart. In '47 wordt de naam Tholensche Boys toch veranderd, moderner, in Tholense Boys. De vereniging bloeit maar in 1949 is de club plots haast bankroet. Men maakt zich weer los van "de Korfbal". Met moeite komt klimt Tholense Boys onder leiding van Meerman weer uit het dal. In 1953, het jaar van de Ramp, kwam er aan het voetballen een abrupt eind. Hoewel Tholen stad bespaard bleef van de watersnood kregen het veld en de beide doelen het zwaar te verduren. Als gevolg van voedseldroppings verzorgt door Amerikaanse bommenwerpers. Tevens werd het veld gebruikt als helikopterlandingsplaats. De ramp maakte vele slachtoffers en veroorzaakte onnoemelijk veel schade op het eiland Tholen. Tot overmaat van ramp ploegde de boer later het veld om en men vond elders amper een geschikt veld. (Tholense Boys en haar voorgangers hebben door de jaren heen op 14 verschillende lokaties gespeeld.) Weer werd er van locatie gewisseld en een jaar later opnieuw. De gemeente Tholen beloofde een nieuw veld, maar doordat de ambtelijke molens toen ook al langzaam draaiden kwam men uiteindelijk zonder veld en zonder een adequaat bestuur. Het oude Tholense Boys speelde in 1956 tegen de NAC-veteranen zijn laatste wedstrijd. De meeste spelers weken uit naar v.v. Vrederust in Halsteren anderen naar togen naar S.v. Smerdiek.

De heroprichting

Na 4 jaar pakte Tholense Boys de draad weer op en werd op 24 juni 1960 Tholense Boys heropgericht. Men startte met 21 senioren, 36 junioren en 29 donateurs. Het speelveld bleef als van ouds aller belabberdst. Men voetbalde op weilanden letterlijk tussen de koeien vlaaien. De ambtelijke molens draaiden langzaam verder tot 1961, we schrijven bijna 8 jaar verder, voordat er het beloofde speelveld werkelijk gerealiseerd was. 
De vereniging groeit als kool want er zijn al 127 leden. Het eerste kampioenschap werd onder het trainerschap van Maarten van Pelt in het seizoen '61-'62 in de wacht gesleept. Rinus Minheere, Jo Geuze, Cor Bakker, Jo Quist, Abel Potappel en Rien Tazelaar waren indertijd de bekendste spelers. 
Het jaar erop miste men op haar het volgende kampioenschap. Dit jaar nam voorzitter Meerman na 40 dienstjaren afscheid en werd opgevolgd door een ander "instituut" Jan de Laater die het ruim 20 jaar zou volhouden. Onder het voorzitterschap van De Laater promoveerde ons eerste elftal middels een kampioenschap naar de 1e klasse van de Brabantse Bond. Ab Vijfvinkel en Siem Berrevoets hadden als aanvallers een belangrijk aandeel in dit succes. Het was in '65 toen trainer De Kreij het roer van Van Pelt over nam. De Kreij had minder succes als oefenmeester en werd zonder een kampioenschap te vieren in '67 opgevolgd door Rinus Bennaars. De gereputeerde Bennaars had bij Feijenoord en in het Nederlands elftal gespeeld maar kon als trainer deze prestatie niet evenaren. Hij vertrok in '72 na 4 seizoenen, zonder succes. Zijn taak werd overgenomen door Chris Machielsen. Onder zijn leiding zou het dan uiteindelijk lukken wat de vereniging al zoveel jaren nastreefde: promotie naar de KNVB! Op de laatste speeldag had men aan een gelijk spel bij The Gunners voldoende. Vier doelpunten van Cor van Houdt waren voldoende om met 3-4 de promotie af te dwingen. Machielsen had het goed voor elkaar want zijn mannen onder wie de gebroeders Nico, Marius en Cor van Houdt, Jan van der Vlies, Toon Baaij, Jaap en Piet Schot behaalden een jaar later andermaal het kampioenschap, zodat men naar de 3e klasse doorstoomde. Door dit succes kwamen de Boys in '74 eindelijk op gelijke voet met 3 andere eilandelijke verenigingen WHS en Smerdiek en Vosmeer (zondag). Een splinternieuw hoofdveld werd het erop volgende seizoen in gebruik genomen. Het verblijf in de 3e klasse was maar van korte duur want men degradeerde meteen weer naar de 4e klasse. Het jaar 1974 was toch een gedenkwaardig jaar want de nieuwe kleedaccommodatie werd officieel in gebruik genomen. Trainer/speler Wim Houmes en later dat seizoen de teruggekeerde Maarten van Pelt volgden Machielsen zonder veel succes op, want ook zij konden het tij niet keren zodat de Boys in '75 opnieuw degradeerden. Vanaf dit jaar is Tholense Boys de grootste vereniging van het eiland Tholen. Er zijn dan 242 leden verdeeld over 13 elftallen. Het zou ook het laatste jaar in de afdeling worden daar de nieuwe trainer Cor Bruijs, reeds in zijn eerste jaar we schrijven 1975, kampioen werd. Bruijs zou 3 seizoenen blijven. Hij werd opgevolgd door, alweer, Maarten van Pelt. Dit jaar 1977 werd ook de nieuwe kantine feestelijk geopend. Het volgende sportieve succes kwam pas in '81 onder de bezielende leiding van Rene van den Boom die Van Pelt was komen aflossen. Kees Ijzerman, Dries Lindenberg, Rene Stroop, Jaap Schot, Ben van Olffen, Chris Quist, Piet Geuze en Rien Jansen maakten toen furore. John Bierens volgt Van den Boom voor een periode van 3 jaar op. Tholense Boys wordt weer 4e klasser want in '85 wordt men laatste.

Het moderne Tholense Boys

Aan Jan Englebert de taak op ons vlaggeschip terug naar de 3e klasse te brengen. In zijn 2e jaar ( '87) wordt hij inderdaad kampioen met een behoorlijk gewijzigd elftal. John Nieuwkoop, Ben Schot, Johan Schot, Paul Deurloo, Hassan Eljilali en Sjaak Suijkerbuijk zijn de oude garde komen aflossen. Englebert legde hiermee de basis voor het beste elftal uit de geschiedenis van Tholense Boys, want in '92 promoveert Tholense Boys naar de 2e klasse (nu de 1e klasse). Ad Voermans is dan inmiddels oefenmeester. Alex Hoogendoorn, Jan Groenewegen, Erwin de Nijs en Erik en Leon van Elzakker versterkten de basis van Englebert. De Boys hadden de pech een zeer zware competitie te treffen met o.a. Achilles Veen, Kloetinge, ASWH, NSVV, Altena en SHO. Met eindigde op de 9e plaats maar moest die plaats delen met Arnemuiden. Een beslissingswedstrijd tegen de klokkeluiders werd verloren zodat het verblijf in de 2e klasse beperkt werd tot 1 jaar. De periode waarin Tholense Boys spelers enkel voor de eer spelen is vanaf 1992 voorgoed ten einde. Binnen enkele jaren verliest men wel 15 getalenteerde spelers, niet alleen uit de selectie maar ook aan onze jeugd wordt flink getrokken door RBC en NAC. Spijtig genoeg zijn er ook amateurclubs die rammelen met de geldbeurs. Vooral Halsteren kan het niet nalaten om onze talentvolle jeugd te ronselen. Desondanks slaagt Rene van den Boom er in om rond de jongens die Tholense Boys trouw zijn gebleven een behoorlijk team te bouwen. Door veel blessureleed en domme pech slaagde de trainer er vorig seizoen niet in om in de derde klasse te blijven. De eerste selectie had aan een sterke eindspurt niet genoeg om het vege lijf te redden. Maar met Hassan Eljilali, weer terug na een flirt met Halsteren en met daarbij nog enkele talentvolle jeugdspelers waren er mogelijkheden om het seizoen '96-'97 het verloren gegane terrein weer te heroveren. In dit seizoen ontbrak het enkel aan stootkracht. Het jonge team leerde veel maar er werd te weinig gescoord. Jeugdspeler Pieter de Graaf was in januari na een verblijf van 5 jaar bij NAC weer terug op het oude nest waardoor de stootkracht voorin sterk verbeterde. Een periodetitel werd telkens op een haar na gemist. Paul van Buuren kwam René van de Boom als trainer aflossen. Aanvankelijk had de jonge trainer moeite om zijn draai te vinden maar gaandeweg bleek Van Buuren toch een gouden oefenmeester voor De Boys. Zijn debuutseizoen was met 50 competitiepunten succesvol te noemen maar desondanks zat er niet meer in dan een derde plaats en nacompetitie. We schrijven het seizoen '98-'99, wederom een jaar waarin het moest gebeuren. De lat werd hoog gelegd en men was ervan overtuigd dat we het dit jaar zouden gaan maken. Na doelman Alex Hoogendoorn was inmiddels ook Jan Groenewegen na wat omzwervingen weer in het vertrouwde geel en zwart te bewonderen. Al in de eerste de beste competitiewedstrijd werd concurrent Rillandia teruggewezen en was de toon gezet voor een fantastisch seizoen. De ploeg was uitgebalanceerd en presteerde veel constanter. Het werd een prachtig seizoen met ook successen in de Amstelcup. Hoogtepunt was daarin het uitschakelen van grote buur en hoofdklasser Halsteren. In de competitie bleek 's Gravendeel nog net iets constanter en door allerlei omstandigheden moest men genoegen nemen met de nacompetitie. Niet zonder succes want alle vier de wedstrijden werden gewonnen. De laatste concurrent Apollo uit 's Gravenpolder werd in een fantastische finale zelfs met 1-6 in eigen huis geklopt. Na 3 jaar eindelijk weer terug in de tweede klasse. Een nieuw seizoen, een nieuwe klasse en een sterk verbeterd clubgebouw. Het gebouwencomplex wordt in oppervlakte verdubbeld. Maar liefst 311 m2 wordt erbij gebouwd door louter vrijwilligers. Met een nieuwe bestuurskamer, scheidsrechterslokaal, wedstrijdsecretariaat, entree, massagelokaal, toiletten,  jeugdhonk, keuken en een verdriedubbeling van de huidige kantine zijn we klaar voor de toekomst.
Terug naar boven