
Na zeven weken voorbereiding en drie bekerwedstrijden begint voor Tholense Boys zaterdag de competitie. De ploeg start het seizoen in de vierde klasse met een thuiswedstrijd tegen FC De Westhoek. Voor Erwin de Nijs betekent het ook zijn officiële terugkeer als hoofdtrainer van de geel-zwarten. In aanloop naar de competitiestart blikt hij terug op de voorbereiding en vertelt hij over zijn verwachtingen, zijn voetbalvisie en het belang van positiviteit binnen de vereniging.
Je bent inmiddels zeven weken bezig. Hoe kijk je terug op de voorbereiding?
“Positief. De opkomst is goed en de intensiteit is goed. De kwaliteit is nog niet altijd wat die moet zijn, maar dat is ook een proces. Ik heb in de afgelopen weken vooral veel over de spelers geleerd. Ik kende ze nog niet allemaal en de jongens die ik wel kende, had ik al een tijdje niet meer van dichtbij meegemaakt. Dan moet je opnieuw bekijken hoe iemand er nu voor staat en hoe fit hij is.
Het was dus een heel leerzame periode waarin ik zowel het team als de staf beter heb leren kennen. We zijn veel bezig met onze basisprincipes. Die zitten er nog niet voldoende in en moeten we er echt nog verder in krijgen. Tegelijkertijd zie ik tijdens wedstrijden wel dingen terug waarop we trainen. Dat is positief.”
Wanneer is de kwaliteit volgens jou goed genoeg?
“Het gaat vooral om wat binnen de mogelijkheden van deze spelersgroep goed genoeg is. Je kunt wel iets van spelers vragen wat er niet in zit, maar dat heeft geen zin. Intensiteit verwacht en eis ik wel van ze. Vervolgens gaan we bekijken hoe de kwaliteit zich ontwikkelt.
Het collectief zal voor ons veel belangrijker zijn dan individuele kwaliteit. We hebben geen spelers van wie je kunt zeggen: regel het achterin maar en dan beslissen wij voorin de wedstrijd wel even. Daar moeten we eerlijk in zijn. Als wij iets willen bereiken, zullen we dat echt met elkaar moeten doen.”
Wat heeft je tijdens de voorbereiding het meest verrast?
“Dat er binnen de club soms een verwachtingspatroon rond deze groep bestaat dat naar mijn idee niet helemaal realistisch is. Ik vind dat we soms te negatief en kritisch zijn. Als iets goed is, is het goed en als iets slecht is, mag dat ook worden benoemd. Maar we moeten wel realistisch blijven over wat deze jongens kunnen.
De spelers steken er heel veel energie in en iedereen draagt zijn steentje bij. Dat is het minimale wat ik verlang en dat doen ze. Dan kun je eigenlijk niet teleurgesteld in ze zijn. Ik begrijp dat wij Tholense Boys niet als een vierdeklasser zien. Tot op zekere hoogte is dat misschien ook terecht, maar we zijn wel afhankelijk van de lichtingen die voorbijkomen. Wij halen nu eenmaal geen spelers van buitenaf die op bepaalde posities het verschil kunnen maken.”
Je pleit nadrukkelijk voor meer positiviteit binnen de club. Waarom vind je dat zo belangrijk?
“Ik denk dat we nu juist positiviteit nodig hebben, ook richting de spelers. Ik zie een duidelijk verschil tussen hun niveau op de training en tijdens wedstrijden. Dat heeft voor een deel met spanning te maken. Ik probeer die spanning bij ze weg te halen. Ik zeg ook tegen ze: we komen vanavond niet op televisie. Er staan misschien veel supporters, maar ze gooien echt je ramen niet in na een verkeerde pass.
Ze moeten hun best doen en vooral durven uitvoeren wat ze op de trainingen laten zien. Het maakt mij niet uit als ze daarbij fouten maken. Natuurlijk moeten ze heel graag willen winnen, maar dat mag niet ten koste gaan van het lef aan de bal. Ze mogen niet blokkeren of na een verkeerde pass tien minuten met zichzelf bezig zijn. Ons team heeft het nodig dat iedereen aan boord blijft. Daarnaast vind ik dat we mogen of misschien wel moeten waarderen wat er allemaal goed gaat binnen de club.
Je vindt dat er binnen Tholense Boys meer waardering mag zijn voor wat goed gaat?
“Absoluut. Natuurlijk zijn er dingen die beter moeten en zaken die niet goed gaan, maar er is ook veel om trots op te zijn. Kijk naar ons hoofdveld, de reclameborden, de sponsoren, de tribune en het kunstgrasveld. Op trainingsavonden is het hele sportpark bezet en loopt iedereen in de kleding van de club. Dat vinden we misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet.
Ik weet hoeveel tijd het bestuur in de vereniging steekt en hoeveel vrijwilligers achter de schermen doen. Daar mag best wat meer waardering voor zijn. Mensen hoeven geen standbeeld te krijgen, maar we mogen wel benoemen wat zij voor de club betekenen.
Uiteindelijk draait amateurvoetbal om mensen die zich voor de club inzetten. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten. Als we die goed benutten en meer leren waarderen, kan er echt iets ontstaan. Misschien moeten we een omgeving creëren waarin het voor mensen ook weer leuker wordt om als vrijwilliger onderdeel van de vereniging te zijn. Positiviteit speelt daarin een grote rol.”
Wat heb je sinds je komst direct willen veranderen?
“Ik heb vooraf al gezegd dat het voor mij belangrijk is dat mensen aan boord komen voor de club. Ik wil dat het verenigingsgevoel sterker wordt. Spelers moeten trots zijn op hun club, op de plaats waar ze vandaan komen en op de kleuren die ze verdedigen. Overwinningen vier je niet alleen met de spelers die op dat moment spelen. Dat moet veel breder leven.
Daarom betrekken we ook de jeugd erbij. Ik wil dat jonge spelers opkijken naar de voetballers van het eerste elftal en denken: daar wil ik later ook spelen. We hebben tijdens de voorbereiding enkele jongens uit de JO19 laten debuteren. Eén van hen maakte zelfs een doelpunt en was zo trots als een pauw. Zo hoort het bij een amateurvereniging te zijn.”
Daarom betrek je ook de jeugd nadrukkelijk bij de selectie?
“Ja, en juist dat proces vind ik ontzettend leuk. We hebben de JO19 en het tweede elftal erbij betrokken. De JO19 blijft natuurlijk een eigen team, maar is wel aan boord. We willen met al deze teams op dezelfde manier werken en trainen. En we moeten natuurlijk ook aan de toekomst denken. Er zal doorgeselecteerd moeten worden.
We hebben ook een Onder 23-elftal opgericht. Daarmee willen we talenten sneller en beter ontwikkelen, zodat we uiteindelijk weer op een hoger niveau kunnen komen. Dat biedt geen enkele garantie dat je straks voor de prijzen speelt of zelfs weer aan de tweede klasse kunt denken, hoe graag we dat binnen de club ook willen. Maar het is wel een manier om structureel aan de toekomst te werken.”
Zaterdag begint de competitie. Hoe schat je de kansen van Tholense Boys in?
“Om heel eerlijk te zijn is iedere wedstrijd voor mij voorlopig een verrassing. Ik weet nog niet precies hoe wij ons verhouden tot de andere ploegen. Ik leef op dit moment erg van week tot week. Zelfs over de basisopstelling ben ik nog niet helemaal uit.
Natuurlijk zorg ik dat ik vooraf van iedere tegenstander voldoende weet, maar ik heb veel van die ploegen nog niet zien spelen. Daardoor is hun niveau lastig in te schatten. Datzelfde geldt tot op zekere hoogte nog voor mijn eigen team. Bij sommige spelers zie ik dat het erin zit, maar komt het er nog niet helemaal uit. Dan is de vraag hoeveel rek er nog in zit.”
Betekent dit dat spelers niet automatisch zeker zijn van hun plaats?
“De selectie is groter en daardoor is er meer concurrentie. Op meerdere posities hebben we twee of meer spelers die daar prima uit de voeten kunnen, maar er kan er uiteindelijk maar één spelen. Ook gevestigde namen die in het verleden vrijwel zeker waren van een basisplaats, zullen er rekening mee moeten houden dat ze soms niet starten.
Het is ook niet meer vanzelfsprekend dat iemand na twee weken vakantie direct weer aansluit bij het eerste elftal. Het kan gebeuren dat zo’n speler eerst een wedstrijd bij het tweede speelt om weer aan te sluiten. We hebben nu de breedte om die keuzes te kunnen maken.”
Welke ploegen verwacht je bovenin?
“Ik denk dat FC De Westhoek vooral voorin veel kwaliteit heeft. Ook VVC’68 heeft de ambitie om zo snel mogelijk uit deze klasse te komen en probeert ieder jaar een goede selectie samen te stellen. Daarnaast hoor ik goede verhalen over De Markiezaten. SPS vind ik eveneens geen slechte ploeg. In de breedte zijn zij misschien iets minder goed bezet dan wij, maar als ze compleet zijn, krijgen we daar gewoon een zware kluif aan. NOAD’67 is voor ons traditioneel een moeilijke tegenstander. In een derby kunnen ploegen altijd iets extra’s brengen. Het zijn mooie wedstrijden om te ontdekken waar wij daadwerkelijk staan.”
Reken je Tholense Boys zelf ook tot de sterkere ploegen van de competitie?
“Ik hoop het wel. Het zou mooi zijn als we aan de bovenkant kunnen meedoen, want succesmomenten maken alles gemakkelijker. Maar of dat ook gaat gebeuren, moeten we echt afwachten.”
Waarmee kan Tholense Boys het verschil maken?
“Wij moeten een beter plan hebben, minimaal even fit zijn als onze tegenstanders en ons heel goed bewust zijn van wat we wel en niet kunnen. Daarnaast zal veel afhangen van de ontwikkeling van een aantal spelers. We hebben een brede selectie, maar vooral voorin zijn de mogelijkheden niet onbeperkt. Daar spelen ook jongens die mentaal nog een stap moeten zetten. Als dat lukt, maak ik me weinig zorgen.”
Wat wordt dit seizoen de grootste uitdaging?
“Het realisme bewaren. We moeten niet te snel van slag raken wanneer het een keer niet gaat zoals we willen. Veel mensen hebben nog een beeld van de vorige keer dat Tholense Boys in de vierde klasse speelde en vrij gemakkelijk kampioen werd. Die vergelijking gaat niet op.
Door de invoering van het weekendvoetbal zijn ook voormalige zondagclubs in deze competities terechtgekomen. De vierde klasse is daardoor breder en sterker geworden. Bovendien zijn wij zelf minder goed dan het team waarmee Tholense Boys destijds kampioen werd.”
Wanneer is het seizoen voor jou geslaagd?
“Als we ons met de genoemde drie elftallen hebben ontwikkeld, onze spelprincipes duidelijk zichtbaar zijn en we het tegenstanders daarmee moeilijk maken. Als je puur naar het scorebord kijkt, zou het mooi zijn als we om een periodetitel kunnen meedoen.
Daarnaast vind ik de ontwikkeling van jonge spelers belangrijk. We moeten de selectie de komende jaren verversen. Daarom ben ik benieuwd hoe de Onder 23 zich ontwikkelt en of daar jongens tussen zitten die in de tweede helft van het seizoen echt kunnen aansluiten. Een aantal heeft daar zeker het talent voor, maar is nu fysiek nog erg jong.
Voor mij staat het proces dus bovenaan. Dat betekent niet dat het resultaat onbelangrijk is. De spelers willen het liefst dat alles volgende week al goed gaat. Ik kijk verder vooruit. We kunnen nu misschien tijdens bepaalde fases van een wedstrijd de tegenstander onze wil opleggen, maar ik denk niet dat we al stabiel genoeg zijn om een hele wedstrijd de controle te houden.”
Wat is op langere termijn de sleutel tot succes?
“Dat iedereen binnen de club dit plan ondersteunt. Ik heb vooraf commitment gevraagd aan de staf. Werken volgens gezamenlijke principes vraagt namelijk dat trainers soms accenten leggen die ze zelf misschien niet direct zouden kiezen.
De Onder 23 heeft alleen zin als spelers uit de JO19, het tweede en het eerste tijdens zo’n wedstrijd dezelfde dingen herkennen en hetzelfde denken. Als ze bij hun eigen elftal iedere keer iets anders te horen krijgen, gaat het niet werken. Het moet echt iets van de hele club worden.
We willen graag vooruit voetballen, veel aan de bal zijn en via een verzorgde opbouw op de helft van de tegenstander komen. Ook de manier van verdedigen is voor onsbelangrijk. Die vraagt om timing, samenwerking, onderling vertrouwen, agressiviteit en intensiteit. Daar moet je bovendien heel fit voor zijn.
We trainen goed en ik zie dat de spelers het willen. Nu hebben we succesmomenten nodig die bevestigen dat onze manier van werken resultaat oplevert. Mochten die momenten wat langer uitblijven, dan kan er twijfel ontstaan. Toch hebben we voor deze koers gekozen. Natuurlijk moet je soms een plan B hebben wanneer een tegenstander te sterk is om onder de druk uit te voetballen. Je moet jezelf niet voor de gek houden. Maar de ambitie en de gezamenlijke spelprincipes blijven overeind.”
Foto: De volledige staf van Tholense Boys 1, Tholense Boys 2 en Tholense Boys O19
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer